Het portaal naar de Rijn- en binnenvaart

In eerdere artikelen over Van Ommeren is summier als eens melding gemaakt van het Havenkantoor-IJsselmonde, gelegen aan het Zuiddiepje in Rotterdam-IJsselmonde. Ondanks dat schrijven over dit havenkantoor niet direct betrekking heeft op het varen van de Van Ommeren schepen zelf, vormt het havenkantoor zo’n belangrijke schakel in het reilen en zeilen van de vloot dat het zeker de moeite waard is de geschiedenis van het Havenkantoor-IJsselmonde nader te belichten. Want zoals Van Ommeren met Rotterdam verbonden is, zijn de activiteiten van haar Havenkantoor met IJsselmonde, het Zuiddiepje en het eiland Brienenoord verbonden.

Het prille begin

Toen Van Ommeren in 1903 met het tankschip RHENANIA een aanvang maakte met het transport van benzine werd door de gemeente Rotterdam een speciale ankerplaats voor uitsluitend tankschepen aangewezen. Met de gedachte in het achterhoofd ‘zover mogelijk van het centrum vandaan’ lag die ankerplaats aan het Mallegat, ter hoogte van de ‘Gasfabriek Feijenoord’ aan de Oranjeboomstraat. Er voeren toen precies zeven tankschepen onder Nederlandse vlag: zes petroleum- en gasolietankers en één benzineschip; de RHENANIA van Van Ommeren.

De spoorovergang tussen de Tweede Rosestraat en de Rosestraat in de richting van het Gemeentelijk Handelsterrein. Op de achtergrond de Gasfabriek Feijenoord. Foto: J. Berkhout – Bewonersorganisatie Feijenoord – met dank.
Gasfabriek Feijenoord, gezien vanaf de Oranjeboomstraat, aan het begin van de zestiger jaren. Foto: J. Berkhout – Bewonersorganisatie Feijenoord – met dank.

In slechts een paar jaar tijd nam het aantal tankschepen – voornamelijk schepen van Van Ommeren – zodanig toe dat de ankerplaats aan het Mallegat te druk werd en de tankschepen, stroomopwaarts, moesten verkassen en ligplaats kregen beneden de invaart van het Zuiddiepje, ter hoogte van  Machinefabriek en Scheepswerf P. Smit Jr. Voor Van Ommeren kwam die verplaatsing goed uit want Piet Smit was in de jaren, kort na de eeuwwisseling haar vaste reparatiewerf. Het was in die tijd nog een relatief kleine werf, wiens terrein niet verder liep dan aan het begin van het Zuiddiepje. Verder stroomopwaarts was het langs de oevers van het Zuiddiepje nog slechts één grote ‘woestenij’.

Het Mallegat gezien vanaf de watertoren van Gasfabriek Feijenoord. Op de voorgrond het Gemeentelijke Zwembad, wat van 1922 tot 1962 in het Mallegat lag. Stroomopwaarts op de rivier liggen tientallen vrachtschepen aan de Steenplaat voor anker en heel in de verte zijn nog net de kranen van de Scheepswerf van Piet Smit Jr. te zien. Vanaf het Mallegat richting scheepswerf zien we de opstallen van de kolenhandel van Kieboom. De tankschepen zijn inmiddels verhuisd naar het begin van de invaart van het Zuiddiepje. Foto: Ary Groeneveld – Stadsarchief Rotterdam -met dank.
Een fraaie Artist Impression van het Eiland Brienenoord gemaakt in 2015. Aan de bovenzijde van het eiland de Nieuwe Maas en aan de onderzijde het Zuiddiepje met de jachthaven. Geheel aan de noordzijde zien we een deel van de Van Brienenoordbrug. Het noordelijk deel is inmiddels ingericht als een getijdengebied waar zoet en zout water elkaar ontmoeten en er een imposant wilgenbos is ontstaan. De komende jaren zal het eiland geheel als getijdengebied worden ingericht en de natuur haar vrije loop krijgen. Afbeelding: www.deltatalent.nl – met dank.

In 1918 werd de ankerplaats voor tankschepen ter hoogte van Piet Smit Jr. ook te klein. Dit was niet direct het gevolg van een gebrek aan ruimte als wel door het feit dat ook de vloten van de droge-ladingrederijen alsmaar groter werden en ook ergens een ankerplaats moesten hebben. De havenautoriteiten wilden absoluut niet dat tank- en vrachtschepen door elkaar heen voor anker lagen, wat betekende dat de tankervloot opnieuw moest verkassen. Hun nieuwe ankerplaats werd de Strekdam. Een paar kilometer lange stenen dam die in 1895 door het Rijk was aangelegd ter normalisering van de Nieuwe Maas en voor een groot deel langs de rivierzijde van het eiland Brienenoord liep. Deze Strekdam is daarna een begrip onder het Van Ommeren personeel geworden, waar zowel de sleeptankschepen, de motortankschepen en op het laatst zelfs de tankduwbakken een geschikte ankerplaats vonden. De vestiging van het Havenkantoor-IJsselmonde aan het Zuiddiepje en de ligplaats van het logieschip BRINIA hebben daar in grote mate aan bijgedragen.

Maar voordat we dieper ingaan op de geschiedenis van het Havenkantoor-IJsselmonde keren we eerst nogmaals terug naar 1903, toen de schepen nog ligplaats hadden aan het Mallegat.

De eerste stappen

In de beginjaren van de vloot bestond er geen direct contact tussen de schippers van de schepen aan het Mallegat en de ‘leidinggevenden’ van kantoor. Er kwam wel eens een meneer van kantoor bij de schepen kijken, maar in de regel belden de schippers zelf vanuit een café om orders en om van alles te regelen wat met de schepen, de bemanningen, de inventaris en dergelijke te maken had. Van een walkapitein had nog nooit niemand gehoord. Later, toen de tankschepen aan de Steenplaat ter hoogte van de scheepswerf van Piet Smit Jr. lagen, kregen de schippers vrije doorgang over het terrein van de scheepswerf van Piet Smit om bij de portier naar kantoor te bellen. Dat betekende voor dat moment al een hele vooruitgang.

De scheepswerf van Piet Smit Jr. in 1925 gefotografeerd door de Luchtfotodienst van de KLM. Bovenaan de foto zien we Steenplaat, waar tientallen sleepvrachtschepen voor anker liggen. Er liggen zelfs twee radersleepboten tussen. De tankschepen zijn als verhuist naar de Strekdam. Foto: Luchtfoto Archief Aviodome – met dank.

In 1910 kreeg Piet Smit Jr. een buurman. Een deel van de woestenij aan het Zuiddiepje, grenzend aan de scheepswerf van Piet Smit Jr., werd in dat jaar gekocht door toen nog de aan de Zalmhaven gevestigde scheepsbouwer Burgerhout. Deze vestigde op het nieuwe terrein de Machinefabriek en Scheepswerf Burgerhout. In 1915 wisselde Van Ommeren van onderhouds- en reparatiewerf. Het werk aan de vloot ging toen over van Piet Smit Jr. naar de werf van Burgerhout. Vanaf dat moment fungeerde de portiersloge van Burgerhout als telefooncentrale. Voor de schippers maakte het niet veel uit. Zo moesten alleen zo’n vijftig meter verder roeien.

Misschien wel tijdens dezelfde vlucht gemaakt, deze luchtfoto van de scheepswerf van Burgerhout. Bovenaan de foto de zuidelijke punt van het eiland Brienenoord en de invaart van het Zuiddiep. De nieuwbouwhellingen liggen schuin gesitueerd ten opzichte van het Zuiddiep omdat er anders te weinig ruimte was om de schepen te water te laten. Op de grote dwarshelling werden stoomsleepboten en rivierschepen gebouwd en gerepareerd. Foto: Luchtfoto Archief Aviodome – met dank.

De verplaatsing van de ankerplaats voor tankschepen naar de Strekdam in 1918, betekende voor de Van Ommeren schippers echter wel een grote verandering. De schepen kwamen weliswaar dichter bij de werf van Burgerhout te liggen; alleen lag het eiland van Brienenoord er nu tussen. Dat betekende dat de schippers van de schepen aan de Strekdam met de roeiboot naar het eiland moesten roeien, dan de woestenij van het eiland Brienenoord moesten oversteken en vandaar weer met een bootje van Burgerhout het Zuiddiepje over moesten steken. Ondanks dat deze situatie voor de schippers niet optimaal was, kan geconcludeerd worden dat de relatie tussen Van Ommeren en Burgerhout uitstekend was. In 1924 en 1925 bouwde Burgerhout zelfs enkele schepen voor Van Ommeren; zoals in 1924 de GALLIA (1900 ton), de 700 tonners SAXONIA, VISTULIA en MOSELIA in 1925 en in hetzelfde jaar de HELVETIA, speciaal gebouwd voor de vaart naar Basel. Als tegenprestatie voor de bouwopdrachten werd het Van Ommeren toegestaan materiaal voor de schepen, denk aan kolen, vaarbomen, trossen, verf en dergelijke op het werfterrein op te slaan. Niet in een magazijntje of zo, maar gewoon in  de open lucht; ‘tegen het hek’, zogezegd.

Het sleeptankschip MOSELIA, in 1925 in de afbouwfase bij Machinefabriek en Scheepswerf Burgerhout. Het gebouw op de achtergrond is de IJzer- en Staalgieterij van de werf. Foto: Archief Van Ommeren – met dank.
Het sleeptankschip HELVETIA op de Nieuwe Maas. De HELVETIA werd gebouwd voor de vaart naar Basel voordat het sluizencomplex van Kembs gebouwd werd. Foto: Archief Van Ommeren – met dank.

Gedurende de jaren twintig nam de vloot, vooral door de nauwe samenwerking met de Shell, gestaag in omvang toe. En dat die vloot nog veel groter zou worden werd duidelijk in 1929 toen Van Ommeren en de Shell een langlopend contract afsloten waarbij Van Ommeren, via de Internationale Riviertankscheepvaart Maatschappij, de exclusiviteit van bijna alle Shell-riviertransporten kreeg toegewezen. Door de snelle groei van de vloot ontstond er voor het eerst behoefte aan een schakel tussen de schippers op de vloot en de mensen op kantoor. Het was schipper C.A. Schoolmeester die in 1929, door de heer Van Ommeren persoonlijk gevraagd werd de functie van walkapitein te aanvaarden.

De eerste walkapitein
 
In het Van Ommeren Journaal van 1957 verscheen een serie artikelen getiteld: ‘Van Heden tot Verleden’, waarin de heer C.A. Schoolmeester verteld over het ontstaan van het Havenkantoor-IJsselmonde. Wij laten de heer Schoolmeester, al is het dan 65 jaar na dato, hierna gaarne zelf nog eens aan het woord:

De heer A.C. Schoolmeester in 1957. Een groot deel van deze tekst is ontleend aan zijn interviews die hij in dat jaar met het V.O. Journaal had. Foto: Archief Van Ommeren – met dank.

WORDT VERVOLGD