Het portaal naar de Rijn- en binnenvaart

 

Dhr. Dick van Doorn was in 1990 commercieel directeur van Van Ommeren Binnentankvaart BV. In het Van Ommeren – Ceteco Journaal van juni 1990 liet hij zijn gedachten gaan over een toekomstige dubbelwandige vloot in de Rijnvaart. Zijn aannames en voorspellingen zouden niet veel later tot de normale praktijk behoren.

TANKERS ONDER HET MES VOOR VIER MILJOEN ELK

Het dubbelwandig maken van de LIMBURGIA en LIVORNIA gebeurt niet zonder gegronde reden. Voor elk van de chemicaliëntankers zijn er immers vier maanden en vier miljoen gulden mee gemoeid. Motief ervoor – het enige – is de milieuveiligheid.
Bij enkelwandige tankers is de scheepshuid tevens de wand van de ladingtank en kan de inhoud na een aanvaring zodoende direct wegstromen. Bij dubbelwandige tankers daarentegen bevindt zich tussen de scheepshuid en de tankwand ongeveer een meter ruimte die bovendien is voorzien van een verstevigingsconstructie. Door deze aanpassing is de kans dat er na een aanvaring lading wegstroomt geringer.

 

Commercieel directeur van Van Ommeren Binnentankvaart Dick van Doorn, neemt in 1990 het eerste deel van de Geschiedenis van Rederij Van Ommeren (H.W. Lentjes en A.H.W. Lentjes) in ontvangst.

LEVENSADER

Directe aanleiding voor de operatie is een besluit van het Duitse chemie-concern Bayer, één van de belangrijkste klanten van Van Ommeren Binnentankvaart.
Bayer bepaalde (overigens eenzijdig – red.) dat vanaf maart jongstleden alle benzeen die haa uir fabrieken over de Rijn aangevoerd krijgen moest worden vervoerd in dubbelwandige tankers. Maar ook een andere belangrijke opdrachtgever als Hoechst dringt sterk op dit scheepstype aan, zo legt commercieel directeur Dick van Doorn van Van Ommeren Binnentankvaart uit: “Benzeen is een belangrijke ‘feedstock’ (grondstof) voor de chemische industrie en is één van de zogeheten ‘basic building blocks’ voor de specifieke chemiecaliën Voor de aanvoer van deze en andere feedstocks naar hun fabrieken langs de Rijn zijn de chemische fabrieken  voor een deel afhankelijk van vervoer over water. Dat geldt ook voor de afvoer van sommige van de eindproducten. Dus is de rivier hun levensader, hun ‘lifeline’. 

LATINA

Van Ommeren Binnentankvaart is Bayer’s ‘Hausreder’, wat er op neerkomt, dat men voor het chemie-concern weliswaar niet de enige chemicaliën-bulkvervoerder is, maar wel de grootste. Vanaf maart 1990 vaart de dubbelwandige tanker LATINIA dag en nacht nagenoeg exclusief voor Bayer.

Het van de BRAG overgenomen, dubbelwandige tankschip LATINIA, opvarend ter hoogte van de Baanhoekbrug. Foto: W. Keizer – met dank.

Er is echter meer capaciteit aan dubbelwandige tankers nodig, vandaar dat de LIMBURGIA en LIVORNIA omgebouwd worden. In augustus en november komen zij weer in de vaart.
Van Doorn verwacht de komende jaren een sterk groeiende vraag naar dubbelwandige tankers op de Europese kanalen en rivieren en maakt er geen geheim van dat Van Ommeren Binnentankvaart wel raad zou weten met meer schepen van dit type. Of de gedachte daarbij uitgaat naar ombouwen van meer bestaande tankers, zoals bijvoorbeeld de twee overige zusterschepen (LIBERIA en LOCARNIA) of naar nieuwbouw laat hij in het midden.

Het motortankschip LIBERIA opvarend ter hoogte van de Loreley. Foto: J. Koster – met dank.

Evenals de vraag hoe concreet het vervolg van het dubbelwandige ‘verhaal’ op dit moment precies is. “Hou het er maar op dat we zeer serieus nadenken over verdere expansie in dit type. Wij verwachten dat andere belangrijke chemie-bedrijven de door Bayer ingeslagen weg zullen volgen”, zo verklaart hij de plannen, “en er ook toe zullen overgaan hun producten met dubbelwandige schepen te laten aanvoeren. Zij hebben dezelfde motieven… de Rijn is immers ook hun lifeline. Naast vrijwillige beslissingen zijn er bovendien de ADNR-veiligheidsvoorschriften en die stellen vanaf eind 1992 dubbelwandige tankers verplicht voor gechloreerde koolwaterstoffen.”
De volgende categorie lading waarvoor eenzelfde verordening van kracht wordt en de directe aanleiding is voor de onderhavige verbouwingsoperatie, zijn de benzeenhoudende producten, met ingang van 199 a7. Weer vijf jaar later, vanaf 2002, treedt deze verplichting in werking voor een volgende reeks chemicaliën.

CONTROLEREN

“Wij richten ons op vervoer over water van hoogwaardige vitale producten van de chemische industrie en hebben als concept dat je daarvoor alleen een dienst kan aanbieden die je volledig controleert”, vat Van Doorn de Van  Ommeren Binnentankvaart filosofie samen. “En onder volledig verstaan wij: eigen schepen en bemanningen ondersteund door een goede walorganisatie. Ik durf te zeggen dat onze bemanningen tot de beste op de hele Rijn behoren. Bovendien varen we al tientallen jaren voor de chemische industrie en zijn daardoor zeer vertrouwd met de producten en de procedures”.
Zorg voor het milieu en hun reputatie op dat terrein, spelen volgens Van Doorn voor de chemische industrie een heel belangrijke rol bij hun voorkeur voor gevestigde rederijen. Hoewel die door hun organisatie en manier van werken natuurlijk duurder zijn dan de particuliere scheepseigenaren. “Verladers kunnen zich het niet permitteren bij ongeval te worden verweten dat zij door de keus van de vervoerder niet al het mogelijke te hebben gedaan om milieurisico’s te beperken. Wij zijn er daarom op gebrand op het verkrijgen van een ISO kwaliteitscertificaat. Daarbij komt het er op neer, dat je een uiterst stringent kwaliteitsborgingssysteem doorvoert. Dat geldt voor alle onderdelen van de organisatie. De kwaliteit die we nu met argumenten proberen aan te tonen, wordt dan zwart op wit gegarandeerd door een gerenommeerd en onafhankelijk classificatie-bureau. In wezen is het een verzekering voor kwaliteit en daarmee milieuveiligheid en daaraan hechten opdrachtgevers steeds meer belang”.