Het portaal naar de Rijn- en binnenvaart

LATINIA VERLIEST NAFTA NA AANVARING

HULHUIZEN

Een aanvaring op de Waal tussen de motortankschepen FRANCA en LATINIA heeft voor de nodige problemen gezorgd. Doordat de LATINIA de zeer explosieve stof nafta vervoerde, was er gevaar voor ontploffing en brand.

Het motortankschip LATINIA, opvarend aan de Baanhoekbrug. Foto: Willem Keizer – met dank.

De LATINIA was opvarend beneden de Proefboerderij, geladen met bijna 1500 ton Nafta. Op datzelfde ogenblik was de FRANCA, een lege en gloednieuwe tanker, afvarend ter hoogte van de Proefboerderij.

 

 

 

De aanvaring die plaatsvond gebeurde in zeer dichte mist, waarbij het zich ongeveer 100 meter bedroeg. De schade aan de LATINIA: een gat van twee bij één meter en een zwaar beschadigde trunk van bakboordsachtertank, de LATINIA is gedeeltelijk dubbelwandig. De FRANCA had een lange deuk aan de onderzijde van de kop van de steven tot aan de bolders. Men kan dus zeggen dat de aanvaring bakboord/bakboord is gebeurd. Als de LATINIA dus iets harder had gelopen, was de FRANCA er wellicht achterlangs gegaan.

De RP24 was op het ogenblik van de aanvaring ter hoogte van Hulhuizen en was zodoende zeer snel ter plaatse. De bakendienst Lobith kwam full speed vanuit Lobith en gaf alle afvarende schepen bestemd voor de Waal de opdracht op te draaien en ligplaats te nemen. De opvaart werd gestemd door de Verkeersport Nijmegen en gesommeerd om kachels te doven en de motoren te stoppen.

Ondertussen was de schipper van de LATINIA begonnen met het overpompen van de lading van bakboords achtertank naar de lege kofferdam om verder wegstromen van de lading te voorkomen. Niet voorkomen kon worden dat er ongeveer 28 kubieke meter nafta de Waal in liep.

De blusboot GELDERLAND, die gealarmeerd was, kwam samen met de bakendienst Nijmegen full speed opvaren, ondertussen de opvaart instruerend. Dr bakendienst Doesburg regelde het scheepvaartverkeer aan de Pannerdense Kop.

De bemanning van de RP24, de blusboot GELDERLAND en de RWS diensten hielden beraad over hoe het nu verder moest. Via Verkeerspost Nijmegen werd de lege Nedlloydtanker NEDLLOYD 60 aangenomen voor overslag uit de LATINIA. Toen de NEDLLOYD 60 eenmaal langszij de LATINIA kwam, werd door de Riviermeesters van Nijmegen en Lobith besloten om het overpompen op een veiliger plaats te laten gebeuren. Er werd voorgesteld bovenstrooms van Millingen aan de linkeroever één en ander te doen laten plaatsvinden. Nadat de burgemeester van Millingen groen licht voor deze operatie had verleend, vertrokken de schepen naar de aangewezen overslagplaats. Tijdens het hogerop varen van de schepen werd de scheepvaart weer vrijgegeven al moesten de gekoppelde schepen uiteraard zeer langzaam gepasseerd worden.
De totale overslag duurde ongeveer zeven uur, en vond plaats onder toezicht van brandweerlieden van GELDERLAND.

Doordat de RP24 zeer snel ter plaatse was na de aanvaring konden de autoriteiten op de meldkamer van de RP en op de Verkeerspost van Nijmegen snel van de nodige informatie voorzien worden. Dit had tot gevolg dat het ‘rampenplan’ (tegenwoordig meestal het calamiteitenplan genoemd) niet geactiveerd hoefde te worden.
Nog dezelfde nacht werd de LATINIA onder begeleiding naar Spijk gebracht om gasvrij te maken. Op eigen kracht vertrok zij zaterdagmiddag naar scheepswerf De Merwede in Hardinxveld-Giessendam, waar reeds plaats voor haar gemaakt was. Ondanks de forse schade was de LATINIA na korte tijd weer in de vaart.